Kunst lederwaren.

 

Binnen het bestuur hebben we het vaak gehad over de invulling van deze sociëteitsavond, het zou een gezellige avond moeten zijn waar ongedwongen over vroeger gepraat zou moeten worden. We zijn er ons van bewust, zeker in het begin, dat het heel nuttig is om van de kant van het bestuur het gesprek met een onderwerp op gang te brengen. Hoe gemakkelijk is het dan steeds maar weer Bernard Dorrestijn te vragen om iets, over een familie, een kasteel of boerderij te vertellen, maar dat is nu net niet datgene wat wij met deze avond voor ogen hebben, de onderwerpen zouden spontaan vanuit de leden moeten komen.

 

Ik heb Bernard beloofd het voortouw te nemen en een poging te wagen iets over mijn familie te vertellen, niet zo zeer over de familie maar meer over het bedrijf dat hier in Silvolde zo’n kleine 100 jaar actief is geweest, en waar veel Silvoldenaren gewerkt hebben.

 

Mijn overgrootvader Machiel Kunst werd op 24 juni 1864 in Groningen geboren, de familie Kunst kwam zover ik kan terugvinden van Schildwolde het tegenwoordige Slochteren waar de overgrootvader van deze Machiel horlogemaker was. Op 20 jarige leeftijd heeft hij het ouderlijk huis verlaten en is via enkele omzwervingen o.a. in het Brabantse, de Langstraat waar hij o.a. als leerlooier gewerkt had en waar hij de rooms-katholieke Anna Elisabeth de Pauw, geboren 19-03-1866 in Berlicum bij Den Bosch tegenkwam en met haar trouwde.

Het moet echte liefde geweest zijn want mijn overgrootvader was protestant, zijn oma van moeders kant, Sarah Wolf, was joods en hij trouwde met een streng katholiek meisje die later

Stille weldoenster was van hulpbehoevende priesterstudenten en instellingen.

 

In het voorjaar van 1898 start hij in Terborg een ambachtelijk bedrijfje, hij woont dan in de gemeente Gendringen en verhuisd in 1901 naar Terborg  in de buurt van het tramstation.

 

Producten als hondentuigen, dorsvlegelkappen, gebruiksartikelen

Ze worden op de weekmarkten van Doetinchem, Hengelo, Deventer, Zutphen en Didam verkocht. Eerst alleen later met zijn zonen Henricus en Frits.

 

Heel vroeg vertrok men dan met de vigilante van stalhouder Wiedeman uit Terborg, volgeladen met de productie van de vorige dag.

 

In die tijd werden door hem ook zeeften gemaakt, en de kwaliteit daarvan was zo goed dat hij hiervoor een prijs ontving. Een zilveren medaille ligt hier op tafel.

 

In 1903 koopt hij een woonhuis met schuur in Silvolde. Deze moet aan de Lichtenbergseweg gelegen hebben, en mijn opa heeft wel eens verteld dat het het huis was op de bult, waar nu de mavo staat, en waar vroeger Dekker woonde. In 1905 ging hij daar vanuit Terborg ook wonen.

 

De zaken bleven voorspoedig gaan want op 16 december 1907 koopt hij van aannemer Vriezen, de koopakte ligt hier ergens, een woonhuis met timmerwerkplaats, gelegen aan de rijksstraatweg B 111. Het pand naast Pan of Kolks waar het bedrijf altijd gevestigd is gebleven. Het was nog een vrij nieuw pand ongeveer 2 jaar oud.

 

Een paar jaar later wordt er flink uitgebreid, en naast klein lederwaren wordt een aanvang gemaakt met de fabricage van beenkappen, die toen in Nederland nog niet gemaakt werden.

Dit bleek zo’n succes dat mijn overgrootvader uitgroeide van ambachtsman tot fabrikant en de beenkappen met het gedeponeerde handelsmerk “HERCULES” veroverde de Nederlandse markt.

 

Hoe dat altijd zo gaat, de grondstoffen het splitleder dat van looierijen werd gekocht vond men te duur, zodat besloten werd zelf een looierij te starten, Machiel Kunst had in zijn brabantse jaren ook nog als looier gewerkt.

Grond werd gekocht op de Dulmer aan de spoorbaan en de Lovinkse beek zoals in de koopakte staat. Daar werd een looierij gebouwd. Hier staat nu metaalwaren Stef Kaak.

Om u een indruk te geven, in 1914 werden per week alleen al 2000 beenkappen geproduceerd.

 

Zoals in het testament van Machiel Kunst staat werd in 1925 naast de looierij op de Lovink ook nog 23 varkens vetgemest. Overigens het varkensmesten werd ook nog aan de Terborgseweg gedaan. Tinus Rensen was daar verantwoordelijk voor.

 

In 1916-17 werd door Stefan van der Kemp en Bernard Koenders sr binnen een week een verdieping op het bedrijf gezet, een geweldige prestatie.

 

In Silvolde werden ook nog in een winkel schoenen verkocht en hersteld. Echter maar een paar jaar want het gezin en de bedrijfsactiviteiten breiden zich zo sterk uit dat de ruimte anders ingevuld moest gaan worden.

Naast de zoons zaten ook twee dochters in de zaak die samen met August Rensen de administratie verzorgde. Een foto uit 1922 met August Rensen en een oud tante op kantoor is nog bewaard gebleven.

 

In 1922 stapte de oudste zoon Frits Kunst uit het bedrijf en vestigde zich in Doetinchem waar hij het lederwarenbedrijf EFKADE opzette. Ook begon hij een lederwarenzaak in de Hamburgerstraat, misschien kunnen enkele van u dat nog wel herinneren.

Klein lederwaren, later ook rijwielartikelen zadels maar uiteindelijk fototassen.

Tante Net met een Borggreven en ome Wim naar Eindhoven

 

In zijn jonge jaren had Machiel Kunst ook nog ervaring opgedaan met borstelwerk, en zo rond 1920 werd ook met de productie van borstels en kwasten begonnen.

Van heinde en ver werden pekkers en lakkers naar Silvolde gehaald om de borstels en bezems te maken. De werkplaats waar dit gebeurde is altijd borstelfabriekje blijven heten, het staat er nog en doet nu dienst als schuur bij Pan.

 

Inmiddels woonde Machiel Kunst al lang niet meer bij het bedrijf maar aan de Terborgseweg waar nu Jan Olthof woont. Daar stond een grote villa met theehuisje, later bewoond door burgemeester Boot en in de oorlog in brand gestoken. Het theehuisje staat er nog, het behoort aan het huis aan het Terborgse veld, waar Hettema gewoond heeft. Misschien herinneren sommigen van jullie zich nog wel dat Joop en Corry ten have in dat theehuisje gewoond hebben. Mijn vader vertelde altijd dat hij daar bij zijn oma op zolder vaak gespeeld had.

 

In 1925 stierf Machiel Kunst aan een hartinfarct-beroerte op kantoor.

 

Uit zijn testament blijkt dat het harde werken zich geloond had, want met een vermogen van 110.000,00 liet hij zijn familie verzorgd achter.

 

Drie zoons waaronder mijn grootvader namen de zaak over en deze werd in 1926 omgezet in een n.v.

 

In 1929 werd met het borstelwerk gestopt, en werd op die plek begonnen met de fabricage van lederwaren voor de rijwielindustrie. Kettingkasten, jasbeschermers, stuurtassen, bagagetassen enz, daar was grote vraag naar en in 1932 werd begonnen met celluloid jasbeschermers.

Brandbaar loods, kleuren later voor Indonesië, mappen.

Ook werd met lederen motorkleding een aanvang genomen, kleermaker Tangelder betrokken.

 

Alles ging voorspoedig behalve dat Pieter Karel Kunst in 1935 TBC kreeg waaraan hij in 1937 stierf op 30 jarige leeftijd.

Eind jaren 30 waren bijzonder goed gelet op de vraag naar beenkappen voor het leger. De mobilisatie.

 

10 mei 1940 zwarte dag, opa was in het westen en kon zoals zo velen niet thuiskomen waardoor de familie in angst zat. Na omzwervingen en een gekochte fiets keerde hij na ander halve week terug. 

 

Eerste oorlogsjaren waren nog betrekkelijk rustig, natuurlijk materiaalproblemen, maar eind 1942 ontdekte “FachvermislerBruninghaus van het gewestelijk arbeidsbureau het bedrijfje en moest wat personeel naar Duitsland.

Opa kreeg in zijn pogingen mensen vrij te krijgen voor de EINSATZ een ernstig conflict met de SD. 3 weken gevangenis, zwaargeboeid en onder strenge bewaking werd hij opgehaald en naar Arnhem getransporteerd. Per saldo viel het later allemaal nog wel mee en kwam hij drie weken later terug. Het was wel het voorlopige einde van de bedrijfsactiviteit en men ontving een ultimatum dat de werkzaamheden moesten worden stopgezet.

 

Voor de schijn werd daar aan voldaan, het personeel werd zoveel mogelijk elders ondergebracht om het voor uitzending naar duisland te behoeden, en met onderduikers werd doorgewerkt en papieren boodschappentassen gemaakt.

 

Na dolle dinsdag was dat ook afgelopen en werden bedrijf, woning en kantoren door de Duitse Fallschirmjager bezet.

Tot 19 maart 1945 hebben ze daar goed huisgehouden. Op die dag het bombardement op de Schuilenburg, werd ook een 250 kg brisantbom op het bedrijf gegooid, uitgerekend tussen de duitse munitie die in de grote kelder onder het bedrijf lagen opgeslagen. Als een wonder kwam het niet tot een explosie en is de bom na de oorlog door de engelse bombdisposal gedemonteerd en weggesleept.

 

In 1944 stierf Anna Elisabeth de Pauw de echtgenote van de oprichter. Ze had voor de oorlog het grote huis aan de Terborgseweg verkocht en voor haar aan de overzijde een nieuw huis laten bouwen, het huis op nr 58 waar thans een zuster van mij woont.

In de nacht dat ze stierf zijn met hulp van buren mijn grootouders die nog bij het bedrijf woonde verhuisd naar de Terborgseweg, oh zo bang dat anders de Duitsers daar hun intrek zouden nemen.

 

Na de oorlog moest eerst een en ander hersteld worden en omstreeks juni 1945 werd weer geproduceerd zij het dat grondstoffen schaars waren. Balarex jasbeschermers waren zo in trek dat letterlijk gedistribueerd moest worden. 1946 leverde weer bevredigde resultaten en werd een aanvang genomen met damestassen, koffers en aktetassen, portemonnais en portefeuilles.

 

Het bedrijf was al snel weer te klein en in 1948 werden twee hallen gebouwd voor de productie van Kettingkasten vervolgens werd in 1953 en in 1964 verder uitgebreid.

 

Na de oorlog legde men zich hoofdzakelijk toe op de rijwielproducten, en de motorkleding werd ingeruild voor fiets en bromfietsregenkleding.

 

Indonesië 1956 veel export moeilijke tijd, verliezen, daarna veel naar Scandinavië vooral rijwielzadels en later fietstassen

 

Ook stapte de bedrijfsleider de heer Otten die al langer dan 20 jaar in dienst was, uit het bedrijf en begon voor zichzelf het bedrijf Otsi met zoals dat altijd gaat meenemen van klanten. Dit lag zeer gevoelig omdat Antoon Knikkink de procuratiehouder en raadgever van de familie zijn zwager was.

 

Textielfournituren-jasbeschermers

 

Mijn vader de derde generatie nam het bedrijf over in 1959 vijf jaar later in 1964 overkwam hem een ski ongeluk waarna allerlei gebreken aan het licht kwamen. Tot zijn dood in 1972 was het ziekenhuis in ziekenhuis uit.

Vanaf de dood van mijn vader of misschien al wel een paar jaar eerder tot eind jaren 70 was het bedrijf een beetje stuurloos. Niet inventief, er werd niet meer geïnvesteerd in nieuwe producten

Dit heeft het bedrijf geen goed gedaan, juist in een tijd dat loonintensieve producten van Nederlands fabrikaat te duur werden en er omgekeken moest gaan worden naar productielanden in het verre oosten bleef men passief.

Wij produceerden eind jaren 70 ongeveer 260.000 zadels per jaar zon 1000 per dag en 80.000 fietstassen. Daarbij kwamen dan nog de jasbeschermers en regenkleding.

Bij vooral de zadels bleven de verliezen oplopen niet alleen bij ons maar ook bij de concurrentie waarbij de grootste concurrent gesteund werd door de overheid Lepper. Aanvankelijk probeerden wij nog, wachtende op betere tijden, de verliezen te compenseren met winsten op andere artikelen. Maar uiteindelijk zakte de markt in elkaar en was het dat wat wij nu net niet konden gebruiken.

Ik als 4e generatie en tot directeur benoemd eind 70er jaren heb nog geprobeerd in samenwerking en hulp van de overheid het roer om te gooien en binnen het bedrijf alleen door te gaan met de productie van tassen, echter de reorganisatie had zoveel geld gekost dat het te laat was.

Prive werden toen door mij en mijn echtgenote de machines, modellen goodwill, voorraden gekocht en zijn wij aanvankelijk in Ulft en later aan de korenweg alleen met tassen doorgegaan. Door mijn ziekte is de productie in het jaar 89 gestaakt en overgedragen aan Wedeo te Doetinchem. In 1990 is de productie verkocht en heb ik mij als agent alleen nog bezig gehouden met de verkoop in Europa alsook de ontwikkeling en ontwerpen van nieuwe fietstassen, die overigens nu allemaal in het verre oosten geproduceerd worden. Na mijn hartproblemen in 1998 heb ook ik deze activiteiten zo goed als gestaakt en is er een einde gekomen aan precies 100 jaar Kunst lederwaren in Silvolde.

 

Erik Kunst  (*1949 - +2010)